25 september
2010
geschreven door Tangaroa SSB radio

Vanuatu, zo’n land waar je nooit van hebt gehoord, laat staan dat je weet waar het ligt. Toch is het er, een rijtje eilandjes tussen Fiji en Nieuw Caledonie. We hadden gehoopt op een bezeilde route, maar zelfs op z’n hoogst aan de wind komen we 20 mijl lager uit dan onze track. Dat betekent overstag aan lij van het eiland. Alsof de duivel er mee speelt, blaast de wind ook voor die slag ongunstig in. Al met al is het ruimschoots donker als het anker valt in de baai van Tanna. We liggen achter een rif met de kop in de wind maar de golven draaien bij het eind van het rif de baai binnen zodat we dwars op de golfslag liggen. Het tweede anker moet verlossing brengen. Dat helpt een klein beetje voor zolang het duurt. Blijkbaar is de ketting van het tweede anker niet lang genoeg om de nylon band waarmee het vast zit vrij van het koraal te houden. Bij opa’s ochtendsigaartje geeft ze het op en ligt eer een fraai aluminium anker ergens in de tien meter diepte naast het schip werkloos.

Aan wal ziet Tanna er niet minder werkloos uit dan de dorpjes in Gambia. Stoffig, armoedig, vervallen en vermoeid. De mensen net zo zwart en net zo vriendelijk als in Afrika. De reden van ons bezoek: een werkende vulkaan op de andere hoek van het eiland. Nou word je van het woord werkend een beetje sceptisch in dit soort landen. Internet is hier niet. Zelfs het mobieltje uit Nederland blijkt in lethargie verzeild. Maar de vulkaan werkt echt. Een lokale 4-wheeldriver brengt ons er naar toe en pakt nog een Franse school mee op de heenweg. De blonde haren van onze jongedames vallen in de smaak, evenals hun Europese capriolen bij het voetballen.

Voor Tamar is de vulkaan een beetje te veel van het avontuurlijke. Met enorme knallen uit de diepte van de krater spuiten vuurballen en dikke rookwolken over de rand. Het ruikt naar zwavel. Daar beneden lijkt het alsof Mephisto met enorme stalen platen aan het smijten is. Bij Opa op de arm, duimpje in de mond, bekijkt Tamar het indrukwekkende verschijnsel wat argwanend. Maar zoals alles, ook dit went, en op de weg terug krijgt ze al snel weer praatjes.

Het ankertje wordt naar boven gehaald door een paar fitte jongens van het plaatselijke soccerteam. Zo werkt dat hier. Gewoon met een snorkeltje tien meter naar beneden, haakje vast aan de ketting en hijsen maar.

Onderweg naar Nieuw Caledonie zien we de vulkaan weer terug. Een pikzwart laagje onderin de toch uitgebreid gewassen broccolisoep.

Reacties zijn gesloten.