28 juli
2010
geschreven door Tangaroa SSB radio

In 1863 zet de Engelse avonturier en handelaar William Marsters voet aan wal op de atol Palmerston. In de daarop volgende 30 jaar maakt hij met zijn 3 Maori vrouwen 17 kinderen en 54 kleinkinderen. Dit afgelegen eiland is anno 2010 nog steeds onderverdeeld in 3 families, die allemaal afstammen van William. Iedereen draagt de naam Marsters, ook de aangetrouwden. Dat zijn er 67 op dit moment. Elke familie bezit precies een derde deel van het eiland, en ook de omliggende motu’s (eilandjes) zijn verdeeld. Er zijn ook 3 aparte begraafplaatsen. Er is maar 1 kerk, dat wel. Van oudsher zijn de eilanders zeer gastvrij voor zeevaarders. Dat moet ook wel, want er is geen vliegveld en geen ferry-verbinding voor aanvoer van producten. Wel stopt er een cargo-boot eens in de 6-7 maanden. Wij zijn hier een korte stop van plan, maar het gaat allemaal wat anders…

In het eerste daglicht komen we aan bij het rif van Palmerston. We worden opgewacht door ruwe bolster blanke pit Bob Marsters in zijn aluminium dinghy en door hem naar een mooring geleid. Vanaf dat moment is hij onze ‘host’. Hij brengt de officals bij ons langs om in te klaren en daarna neemt hij ons mee naar zijn huis. Of we maar willen aanschuiven bij de lunch: ‘eat eat!’ Er is een overdaad aan overheerlijke papegaai-vis, bereid op verschillende manieren. We eten aan een houten tafel onder een kanvas doek, de blote voeten in het zand, de wind waaiend door de palmbomen. Dan volgt de rondleiding over het eiland door oudste dochter Taia. Ze laat ons het graf van William zien, naast de kerk, een schuur die nog door William zelf gebouwd is, de keurig schoongehouden strandzand-paden in het mahoniehouten bos, de school, de zusterpost, het admin gebouwtje, tractors die het niet meer doen bij gebrek aan een mechanic, en de enige telefoon op het eiland. De speeltuin bij de school is onze dames niet ontgaan en dus brengen we daar de rest van de middag door. Om half vijf is het tijd voor de dagelijkse pot volleybal. In het kader van de integratie doet Wierd mee en zijn skills worden enthousiast ontvangen. Voormalige discussiepunten tussen de immigratie-ambtenaar en de Tangaroa-kapitein verdwijnen als sneeuw voor de zon wanneer beide in hetzelfde team zitten en de set gewonnen wordt. Na de wedstrijd brengt Bob ons terug. De pas door het rif is nauwelijks ter zien. We zien oude verroeste scheepsbolders uitsteken als sporen van ongelukkiger rifpassages.

De volgende dag gaan we met Bob mee vissen in het rif. De dinghy wordt voor anker gelegd en we stappen met rubberlaarzen op heuphoogte door het koraalrif, op zoek naar papegaaivissen. We leggen een net uit en Bob en Taia lopen om om de vissen in het net te drijven. De eerste poging is weinig succesvol. Geen vis maar wel een kleine schilpad. Zoon Andrew bevrijdt hem en zet hem terug. Poging 2 levert in 20 minuten 40 papegaaivissen op. Een magere vangst volgens Bob. Meestal zijn het er een stuk of driehonderd. Deze vissen vormen gefileerd en ingevroren de belangrijkste inkomstenbron in Palmerston. Ondertussen staat Bob’s vrouw, die op onze kinderen past, te zwaaien met een witte vlag. Bob zegt dat we snel terug moeten. Bob’s vrouw komt Suze naar ons toe dragen. Ze was aan het spelen bij de kokosnoten en klaagde ineens over pijn en roodheid in haar nek en keel. Tien minuten later werden haar oogleden, mond en keel helemaal dik, zo vertelt ze. Wat er nu echt gebeurd is blijft onduidelijk. Wij schrikken ons rot als we haar zien en ik denk direct aan een allergische reactie op een insecten- of bijensteek. Uitgerekend op dit totaal geisoleerde eiland… We rennen naar de zusterpost omdat die dichterbij is dan de Tangaroa. Er is gelukkig antihistamine dus dat geven we haar. Van acute benauwdheid is godzijdank geen sprake. Later halen we uit onze eigen boordapotheek nog andere antihistamines en zetpillen tegen de pijn. Suze laat het allemaal wat hangerig over zich heen komen. Samen met Jock, de lokale zuster, observeer ik Suus voor een paar uurtjes. Jock heeft nog nooit zoiets gezien zegt ze. Pols en ademhaling blijven stabiel normaal en Suze begint al weer wat grapjes te maken. Van de inmiddels bij elkaar gekomen locals krijgen we chips en koekjes en zelfs appels aangeboden. Geen idee waar ze het allemaal vandaan halen! We zijn ontroerd door zoveel medeleven en gulheid. Suze laat zich alles goed smaken. Dat is een goed teken. ‘s Nachts aan boord slapen Carolien en ik lichtjes. Beurtelings controleren we Suze. Die slaapt gelukkig na wat pijnstilling voor haar nek rustig door, zij het wat snurkend. De aanblik van je eigen zieke dochter en alle mogelijke rampscenario’s die je op hol geslagen geest daarbij bedenkt, maken het pas stressvol.

Dan is het zondag, de dag van de Heer, zeker op Palmerston eiland. Om 6u30 start de eerste dienst, om 10u de tweede en om 16u de derde. Tussen de eerste twee wordt de lunch bereid; na de tweede wordt ie gegeten. Wij mogen weer aanschuiven bij Bob en zijn gezin. Er is rundvlees met ui en aardappels, rijst, gebakken vis en vruchtjes uit blik. Wij brengen een zelfgebakken brownie-taart in. Ook doneren we een partij kinderkleren, leesboekjes, levensmiddelen, lijnen en harpen. De zusterpost hedden we gister al voorzien van een zak medicijnen en wondmateriaal. ‘How is your little girl Suze?’ De zwelling is weinig veranderd. Haar gezicht ziet er nog steeds uit als een opgeblazen michelinmannetje. De keelpijn is wel afgezakt en ze speelt gelukkig weer als vanouds. Of we mee willen naar de kerk? Carolien’s schouders worden bedekt en ze krijgt een schitterende rieten hoed te leen. Samen met een keurig aangeklede familie Marsters lopen we blootsvoets naar de kerk. De vrouwen – allen getooid met hoed – nemen rechts plaats, de mannen links. De dienst wordt geleid door zuster Jock. Het eerste Maori gezang wordt ingezet. Hoewel er slechts dertig kerkgangers zijn maakt deze club meer volume dan een volle Hollandse kerk. Het lijkt wel alsof het een wedstrijd is: wie kan het luidste zingen? Toch klinkt er geen enkele valse noot. Dan is het tijd voor het gebed. ‘Our thoughts today are especially with little Suze, whose cause of her illness we still don’t know. Please take care of her and safely guide her and her family during the rest of their journey.’ Voorganger Jock slikt en veegt de tranen uit haar ogen. Is het echt, is het toneel? Een beetje van beide denk ik, maar ook ik hou het niet helemaal droog. Na de dienst gaan de drie families weer elk hun eigen weg, hun eigen gebeden verzorgend. Bij de zusterpost start vervolgens de zondagsschool, geleid door Tere Marsters, de pastor annex secretaris van het eiland. Zijn (Nieuw Zeelandse) vrouw Yvonne is de schooldirectrice en beheert tevens het overheidsgeld van het eiland. Ze bezitten het mooiste huis van het eiland en onder de oppervlakte blijkt er toch wel wat jalouzie te bestaan. De scheiding van kerk, recht en bestuur zoals wij die kennen is hier klaarblijkelijk toch wat minder scherp…

Op maandag zijn we niet meer de enige yachties op het eiland. Buiten het rif is een race gaande wie de andere jachten mag ‘hosten’. Wie het eerst met zijn dinghy bij het jacht is en hem naar een mooring leidt, wint. Bob haalt een catamaran ‘binnen’ en Edward – van de andere familie Marsters – weet drie jachten aan zijn moorings te leggen. Alle communicatie verloopt via marifoonkanaal 16 en elke familie heeft zijn eigen callsign. Bob is Alpha Golf, Edward Alpha Echo. Er is zelfs een heuse jachtclub op het eiland, voorheen gerund door Bill, de derde tak van de Marsters. Om duistere redenen is de club niet meer actief. Wij mogen er de was en onze kids een middagtukje doen. De jachten die gehost worden door Edward schijnen dat niet te mogen. Bill staat er op niets te willen hebben voor zijn was-diensten. Hij geeft ons zelfs nog appels voor Suze. Met wat reserve-materiaal van boord kunnen we hem toch een plezier terug doen. Een van de jachten is de Elena en Suze is dolblij weer samen met Mees en Pieter te kunnen ravotten op het eiland. ‘Hee Suze je ogen zijn dik’ roept Mees spontaan. Suus maalt er niet om en samen rennen ze door het zand naar de volgende klauterplek. In haar gedrag is ze alweer compleet normaal en we zien de zwelling van haar gelaat al langzaam minder worden. ‘s Avonds wisselen we met de Elena en de Small Nest onze ervaringen uit aan boord. Omdat elk van ons een andere host heeft wordt er druk gespeculeerd over de Marsters ‘dynasty’. Wij vinden Palmerston in elk geval een unieke ervaring, onvergelijkbaar met alle andere schitterende plekken die we al gezien hebben, en zijn ontroerd door de gulheid, humor en oprechte hartelijkheid van haar bewoners.

http://fotos.tangaroa.info/#59

Reacties zijn gesloten.