3 januari
2010
geschreven door Tangaroa

Suikerfabriek Marienburg ?De 4-wheeldrives waren op. Wij karren met Wierd en Carolien en de kleinkinderen in een sedan langs bauxiettrails door Suriname. Zij hebben vaker gereisd in primitieve landen. We doen nu de tripjes die in Paramaribo voor honderden euro’s georganiseerd worden aangeboden. Wij doen het op de bonnefooi. Men vindt het wat apart dat we niet geboekt hebben in Paramaribo, maar er is altijd wel plek. Het comfort is wat wisselend, gister was er electriciteit tot 23:00 en geen drinkbaar water, maar wel een ‘on top of the world’ uitzicht. We bekijken de Brokopondo-stuwdam in Afobaka en eten er kip met zuurkool in de reggae-shack aan het meer. De Brownsberg blijkt net niet begaanbaar voor onze bolide (na elke bocht weer een nog iets diepere kuil). Dat het goud weer duur is, is goed te merken in Suriname. Er zijn veel illegale Braziliaanse gouddelvers die poeltjes water met kwik achterlaten waardoor malaria-muskieten weer een kans krijgen en vervuiling ontstaat. Het wat eigenaardige sfeertje in het nabije dorpje nodigde niet uit tot een langer dan strikt noodzakelijk verblijf. Na wat snelle aankopen bij de zwaar betraliede en gebarricadeerde Chinees kiezen wij het hazenpad terug naar de beschaving. Wij hebben onze dosis multicultureel wel weer even gehad.

ANWB-borden zijn er niet in Suriname. Lokale informatie leert ons dat wij bij electriciteitspaal 36 moeten afslaan. Het bospad blijkt de snelweg naar Carolina te zijn. Daar steken we de Suriname-rivier weer over. Niet met een brug overigens. Die werd vlak voor de opening, zo’n 2 jaar geleden door een dronken schipper aangevaren. Er ligt ‘een segmentje’ uit. De brug is nog altijd stuk. Het geld is op. We worden overgezet met een ponton voorzien van een 100 pk buitenboordmotor. Achter de brug ligt de Jodensavanne, met de resten van een oude synagoge van de Joodse gemeenschap die hier ooit een plantage exploiteerde. We maken nog een uitstap naar de voormalige plantages van het Commewijne-gebied. In Marienburg bekijken we de rietsuikerfabriek die tot 1970 nog volop in bedrijf was en nu desolaat en verkommerd aan de jungle wordt overgelaten. Imposant.

Ondertussen wordt het oud en nieuw. We gaan voor luxe en oliebollen bij Peter & Pieter op het resort De Plantage vlakbij Tamanredjo. De bar blijkt een pleisterplaats voor avontuurlijke Hollanders. We spreken de Hollandse oprichters van het maandblad Parbode en horen van Peter & Pieter de ins- en outs van de politiek in Suriname. Onze oceaan-verhalen maken de mix compleet. Op nieuwjaarsdag dineren we weer in De Waag, de beste (en zeer waarschijnlijk enige) Italiaan van Paramaribo, om samen met Arjan het nieuwe jaar in te luiden. ‘s Avonds rijden we met de file mee de stad uit naar Domburg. Op dit moment zitten we daar in een helaas vrijwel onvindbaar resort aan de Surinamerivier. Zwembad, brede bedden, luxe ontbijt, wifi. ‘Surinat’ spant zonder meer de kroon van alle plekken waar we gelogeerd hebben. Frans & Aad hebben niet alleen hun resort perfect voor elkaar maar het zijn ook uitmuntende en bovendien gezellige gastheren. We maken zo de eerste djogo (1 liter Parbo bier) open voor de lunch. Het is 15.00 uur. De zon schijnt. Er staat een iets verkoelend briesje. Vanmiddag bami van een van de Chinezen die je iedere paar kilometer langs de weg wel vindt. Tijd om mailtjes te schrijven en foto’s te uploaden.

Morgen scheiden – tijdelijk – onze wegen: wij vliegen met Suze en Tamar naar Trinidad & Tobago. Carolien & Wierd maken zich op voor een romantisch zeiltochtje naar Pirate’s Bay op het idyllische Tobago. Drie nachten zonder kinderen om weer eens aan elkaar (toe) te komen…

Reacties zijn gesloten.