19 december
2009
geschreven door Tangaroa SSB radio

Het is 4:50. Een klein uur geleden is mijn (Arjan’s) wacht weer begonnen. We zeilen met de gennaker over bakboord, de fok aan een boom over stuurboord. Koers is ongeveer 270 graden. De lucht is bewolkt: een welkome afwisseling met de brandende zon van de laatste tijd. Tot nu toe hebben we geen regen gehad, behalve een paar drupjes in het begin. Daar zou vannacht verandering in kunnen komen. Een aantal zeilboten die ons voorliggen hebben regen gemeld.

De temperatuur overdag is dermate warm dat we in blote bast in de schaduw blijven. ‘s Nachts is het iets koeler. Dan moet de lange broek aan en een dun zeiljack. Maar geen schoenen of sokken. Schoenen worden geweerd aan boord omdat daar eitjes van kakkerlakken aan kunnen plakken, en als je eenmaal kakkerlakken aan boord hebt, dan raak je ze nooit weer kwijt. Zodoende loopt iedereen hier op blote voeten, ook ‘s nachts dus. Lekker vrij, maar ook af en toe heel vervelend als je je tenen weer eens stoot aan een van de vele metalen onderdelen die op het dek gemonteerd zitten. Auw!

Morgen passeren we weer een magische grens. De teller daalt dan voor het eerst onder de 500 mijl, en op 470 mijl is het weer feest: dan zitten we op driekwart. Op het programma staan onder andere zelfgebakken koekjes en worstenbroodjes. En weer een zeldzaam wijntje natuurlijk.

Ik mocht vandaag weer vissen. De afgelopen 2 dagen moest ik de hengel binnenlaten omdat we nog vis hadden van de grote dorade, en we eigenlijk wel even ziek waren van vis met zijn allen. Sportvissen mocht wel, maar ik spaarde liever het materiaal. Van de 5 driepuntshaken die ik voor de reis had gekocht zitten we nu op de laatste. De rest is afgescheurd of versleten.

Maar de goden waren ons goedgestemd. Om een uur of 4 trok de werphengel krom. Een grote jongen. Ik begon met binnenhalen onder gejuich van mijn nichtjes die altijd erg geinteresseerd zijn als er weer iets gevangen is. Ze vinden visjes lief. Dat gaat helaas niet zo goed samen met onze methode van doodmaken: met een stok slaan op de kop totdat het beest niet meer beweegt. Hopelijk houden ze er geen trauma aan over. Anyway, om een lang verhaal kort te maken: De vis bleek een lege zak meel te zijn. Echter: tijdens het binnenhalen kreeg ik beet aan de andere lijn. De dikke lijn met het grote aas…

Het leek een grote jongen te zijn. Waar andere vissen snel naar de oppervlakte getrokken werden door de snelheid van de zeilboot, ging deze diep en spartelde wild rond. De schipper werd van bed gehaald, want dat was de expert binnenhaler. Na een minuut of 20 leek de vis de strijd wat moe te zijn en begon ik met binnenhalen. De lijn zat op een losse klos, vergelijkbaar met een vlieger, dus het was gewoon handwerk. Tijdens het binnenhalen dook de vis nog een paar keer onder en moest ik me schrap zetten om hem niet te verliezen. Maar elke keer voelde ik dat zijn kracht minder werd. Aan dek werd wild gespeculeerd over het soort vis dat we aan de haak hadden. Iemand had een rugvin gezien dus we dachten eerst aan een kleine haai. Toen zagen we de mooie blauwe kleur van de vis, en werd tonijn de heersende opinie. Maar 1 ding was zeker toen het beest dichterbij kwam: het was een grote jongen.

Ik haalde hem langszij en de schipper haalde uit met de gaff: in 1 keer raak. Aan boord halen van vissen van deze maat kan gevaarlijk zijn, dus we hadden hier al een plan voor bedacht. Een ervaren zeiler had ons ooit de tip gegeven om wat spiritus in de mond van de vis te gooien om hem te verdoven. Spiritus hadden we niet, maar wel Kaap Verdiaanse Rum. Die fles ging dus in de bek en verdoofde de vis bijna meteen. Aan boord ramden we een schroevendraaier door de hersenpan om het karwei af te maken.

Het bleek een Wahoo te zijn: een barracuda-achtige roofvis die hier vrij veel voorkomt. Hij moet ongeveer 120 cm lang geweest zijn. De weegschaal zei 10 kilo. Verreweg de grootste vangst tot nu toe, en hoogstwaarschijnlijk niet meer te evenaren. Foto’s gemaakt en toen in stukken gesneden. De 15 steaks liggen nu in de koelkast en de hengel kan weer in het vet: hiervan kunnen we eten tot Paramaribo.

Reacties zijn gesloten.